Stichting Victoriepompenlogo Stichting Victorie pompen  kaart Stichting Victoriepompenkaart Stichting Victoriepompenkaart Stichting Victoriepompen
Reisverslag                                                                        17 Mei 2004


Wanneer Jan Mons als afgevaardigde van Stichting Victorie Pompen naar de touwpompprojecten in Ghana en Togo gaat maakt hij meestal een reisverslag.

Begin dit jaar ben ik naar de touwpompprojecten in Togo en Ghana geweest.
Uit en thuis een maand onderweg. Zo een reis biedt heel wat om te schrijven.
Graag wil ik u een indruk van deze reis en de projecten geven.

’s Morgens heel vroeg naar Rotterdam CS voor de trein naar Schiphol.
Vanaf Schiphol naar vliegveld Parijs Charles de Gaulle en daar overgestapt in het vliegtuig naar Lomé, de hoofdstad van Togo.
Samen met mijn afhaler met een taxi naar het busstation. We hadden geluk, het laatste busje naar Kpalimé.
Tegen middernacht kwam ik aan bij mijn kamer in Copfedes.
Een centrum voor maatschappelijke vorming en voor conferenties van de Eglise Evangélique Presbytérienne, de protestantse kerk in Togo.
Kpalimé is een stad in de heuvels met veel dorpen in de omgeving. Het ligt in het zuidwesten, niet zo ver van de grens met Ghana.
Het gebied heeft een vochtig klimaat. Er is land en tuinbouw en er zijn veel open waterputten.
De meeste huizen zijn laagbouw. Doorgaande wegen zijn van asfalt, straten en weggetjes zijn onverhard.

In Togo zijn het Paulin en Raymond Tatrabor, twee neven van elkaar, die daar het touwpompproject leiden.
Met hen is het prettig samen te werken. We kennen elkaar sinds het eerste touwpompproject, in 1996.
Dat project was niet commercieel ingesteld. Twee jaar geleden zag ik dat het project aan het verlopen was.
Paulin en Raymond waren er al niet meer bij betrokken, maar maakten nog wel eens een touwpomp om een extraatje te verdienen.
Na enkele goede gesprekken hebben we toen besloten om in Kpalimé een nieuw touwpompproject op te gaan zetten.
Hiertoe zijn ze vorig jaar een eigen bedrijfje gestart, en met goede resultaten tot nu toe.
Intussen is er personeel bijgekomen, Raoul een gevorderde werker en Atsu een leerjongen.
Atsu, een jonge knul die van school moest omdat zijn oude vader niet meer kon werken.
Nu moet hij wat gaan verdienen voor thuis. Hij had het slechter kunnen treffen.
Met touwpompen maken en plaatsen heeft hij leuk werk en een aardig stel baasjes.
De openlucht werkplaats bevindt zich op het erf van het woonhuis van de ouders van Paulin. Het is een afdak van golfplaten op zes palen. Er staan oude stalen en houten werkbanken waar de touwpompen op gemaakt worden. Het gereedschap en het kleine materiaal wordt na werktijd in de woonkamer van de familie neergezet. Dagelijks ga ik naar de werkplaats. We praten over de kwaliteit van de touwpompen en kijken we of er nog iets te verbeteren is.
De eerste dagen heb ik ook nog wat rond gekeken in de omgeving en in het centrum van de stad.
Af en toe ga ik naar het internetcafeetje om het thuisfront op de hoogte te stellen en hun nieuwtjes te lezen.
Langs de winkelstalletjes lopen doe ik graag. De verkopers hebben geen vaste prijzen en vragen een hogere prijs voor hun waar.
Onderhandelen over de prijs hoort er dus bij. Drinkwater, brood, boter, jam en melkpoeder, voor het ontbijt, hebben vaste prijzen en is in de winkeltjes te koop.

’s Morgens eet ik in mijn kamer. De lunch nuttig ik op verschillende plaatsen, soms bij een bekende of in een eethuis.
Ik eet dan witte rijst of spaghetti met een stukje vlees en saus erbij.
Voor het avondeten ga ik naar een klein restaurant in de buurt. Ik eet alleen voedsel waarvan ik weet dat het in de eerste plaats hygiënisch bereid en gekookt is.

Vorig jaar had ik bij Paulin en Raymond touwpompen besteld. Ze konden hun gang gaan met plaatsen tot ik weer naar ze toe zou komen.
Blij verrast was ik toen ik hoorde dat er in 2003 drieëntwintig pompen geplaatst waren.
Samen met Paulin zijn we al die geplaatste pompen gaan bekijken. Soms lopend, of met een Moto als we verder weg moesten.
Een Moto is een bromfietstaxi, een favoriet vervoermiddel in Togo.
De pompen zagen er goed uit allemaal en functioneren heel goed.
De mensen die een touwpomp op hun waterput hadden gekregen zijn er heel blij mee. Dat ervaar ik telkens weer.
Een arme buurvrouw liet met haar oprechte dankbaarheid een diepe indruk bij me achter. Wat was ze blij en gelukkig.
Ik ervoer een bemoedigend gevoel met wat wij kunnen doen voor iemand die niets anders heeft dan armoe.
Na een week zijn Edwin Annan en ik, naar Bolgatanga in Noord Ghana gereisd.
Edwin is de jongeman die in Bolgatanga het project leidt.
Edwin was naar Togo gekomen om mij op de reis naar Noord Ghana te vergezellen. Ik vind het beter om daar samen te reizen.

We zouden de reis in twee dagen doen. Vanuit Kpalimé met een taxi naar de grens.
Eenmaal in Ghana met een busje naar de stad Ho.
Taxi’s en busjes zijn in Ghana en Togo een algemeen vervoermiddel, veelal van matige of slechte kwaliteit.
Vanuit Ho met een kleine bus naar Kumasi. Dit is de culturele hoofdstad van Ghana en ligt in zuiden.
Een verschrikkelijk drukke stad. We waren twaalf uren onderweg geweest.
We logeerden bij de oudste broer van Edwin, Father Emanuël. Hij is pastoor in de wijk New Tafo.
Bijzonder vond ik het om te horen dat hij zijn broer met “Father” aansprak.
Na de kennismaking en een goede maaltijd, vroeg naar bed. De volgende dag na een stevig ontbijt weer verder met de reis.
Met een bus vanuit Kumasi rechtstreeks naar Bolgatanga, zeshonderd kilometer.
Onderweg een aantal keren gestopt om wat te eten, de benen te strekken en om iets bepaalds te doen.
Veel passagiers kopen tijdens zo’n stop verse waar en landbouwproducten die in het noorden stukken duurder zijn.
Het hele gangpad in de bus ligt dan vol met gevulde tassen en zakken. ’s Avonds laat kwamen we aan.
We werden verwelkomd door een broer en zus van Edwin. Ze had een heerlijke maaltijd klaar staan.
Helaas kon ik maar een klein beetje op want onderweg had ik nogal flink gegeten. Ze was teleurgesteld dat ik niet alles op at.
Voor één nacht moest ik bij Edwin in huis slapen. Ik in zijn bed, hij op de grond.
De volgende dag naar mijn logeerkamer in het Katholic Social Center.
Dit centrum heeft een restaurant dat op werkdagen geopend is. In het weekeind at ik in een ander restaurant.

Het noorden van Ghana is in deze tijd heel droog, het regent er een half jaar niet.
Alles is dor, sommige bomen verliezen zelfs hun blad.
De werkplaats van Edwin is een gemetselde ruimte van vier bij vijf meter. Mooie planken voor de spullen tegen de wand.
Een lashoek, een prachtig elektrische boormachine en slijpsteen maken er een complete werkplaats van die afgesloten kan worden.
Er werken vier man in totaal. De jongste is Moses.
Toen ik in 2002 met Edwin het bedrijf aan het opzetten was kwam Moses nogal eens helpen. Daar kreeg hij wat voor.
Maar ineens kwam hij elke dag. De dominee, die een keer kwam kijken, had hem toen naar school gestuurd.
Toch kwam hij weer terug. Natuurlijk stuurde ik hem ook weg om naar school te gaan.
Op een keer toen hij weer school verzuimde en aan het werk was, heb ik hem aangeboden om in dienst te komen.
Dat wilde hij heel graag. Maar hij mocht alleen komen werken als hij ook naar school ging en zijn diploma zou halen.
Elke dag na schooltijd en op zaterdag kwam hij werken. Intussen heeft hij zijn schooldiploma behaald en werkt hij dagelijks bij Edwin.
Daarbij heeft hij het prima naar zijn zin en wil nog verder leren, voor lasser.
Tijdens mijn bezoeken aan de werkplaats heb ik nog kunnen helpen met wat ideetjes en aanwijzingen. Ze doen goed hun best.
In Noord Ghana is het gebied waar de touwpompen geplaatst worden heel groot.
Het bestrijkt eigenlijk de hele provincie Upper East Region. De pompenmakers werken samen met Rural Aid.
Deze organisatie bemiddelt en levert steun bij het graven en maken van waterputten.
Zij weten precies waar de waterputten zijn en waar de touwpompen geplaatst kunnen worden. Dit wordt aan Edwin doorgegeven en dan zorgt hij er met zijn mensen voor dat de pompen op betreffende putten geplaatst worden.
Vorig jaar zijn er in Noord Ghana vijfendertig gratis pompen geplaatst.
Drie dagen heb ik bij Edwin achterop zijn motor gezeten om dertig van die pompen te gaan bekijken.
Na ritten over hoofdwegen kwamen we uit op onverharde wegen die ergens ophielden en dan overgingen in weggetjes.
Over hobbelige wegen, door velden en droge riviertjes kwamen we bij de waterputten met een touwpomp er op.
De putten bevinden zich meestal op een centrale plek in of bij dorpjes of bij woongemeenschappen.
Het komt voor dat wel drie of vierhonderd mensen met één waterput moeten doen.
Ook tijdens het zien van de pompen heb ik veel blijde mensen gezien die heel gelukkig zijn met de touwpomp.
Als blijk van dank kregen we onderweg nog een kippetje, vier eieren en wat sinaasappels.
Vaak hoorde ik dat het water schoner is dan voorheen, en dat het water tappen nu makkelijk is.
Men beseft het hygiënische belang van een pomp en een afgesloten put.

In een mooi traditioneel familiehuis kregen we een rondleiding door de oudste zoon.
Alles liet hij zien, het is een ingewikkelde woon en bouwvorm van hutten.
Elke vrouw van pa heeft haar eigen hut. Er is een graanhut, een hut waar het graan wordt gemalen en waar het brood gebakken wordt.
De hutten hebben stevige daken om op te slapen als het binnen te warm is. De hut van pa heeft een gevel met mooie decors.
Na de excursie gaf hij aan dat ze behoefte hadden aan een sanitaire voorziening.
Meneer Isaac van Rural Aid, die met ons meeging, was blij dat men dit op eigen initiatief aangaf en zegde hem toe ze daarbij te willen helpen.

Bij Edwin heb ik voor dit jaar vijftig pompen besteld.
Daar was hij heel blij mee, ze kunnen lekker vooruit met het maken en plaatsen van de pompen.
Tussen de touwpompactiviteiten door heb ik Moro ook nog naar school gebracht.
Moro is een bijna straatjongen van twaalf jaar die ik al een paar jaar ken, een aardige knul.
Toch zit hij nog maar in groep vijf van de basisschool. Van zijn vader en stiefmoeder ontvangt hij geen liefde of voldoende eten, wel slaag.
Met zijn ouders had ik al eens gesprekken gehad. Vorig schooljaar had hij veel verzuimd. Moro zei me dat hij niet naar school ging omdat hij honger en pijn in zijn maag had en dus niet kon opletten.
Om dit hongerprobleem op te lossen heb ik met de schoolleiding een aantrekkelijke regeling getroffen voor hem.
’s Morgens en aan het eind van de lesdag krijgt hij eten op school. Ik hoop dat Moro, in zijn nieuw schooluniform, naar school blijft gaan.
De geplande week was zo voorbij in Bolgatanga. Eigenlijk te kort.
Op een zaterdagmorgen met een kleine personenbus naar Kumasi. Het weekeind weer bij de broer van Edwin gelogeerd.
In de loop van de zondag zijn we met taxi’s en busjes naar Bekwai-Ashanti gereisd.
In dit dorp is in 1999 een touwpompproject opgezet, samen met de vader van Edwin. Na het opzetten ben ik daar niet meer geweest.
Het bedrijfje produceert nog steeds goede touwpompen. We hebben een gesprek gehad en hopen dat er volgend jaar in Bekwai-Ashanti ook een aantal gratis pompen geplaatst kunnen worden.
’s Maandagsmorgens uit Kumasi vertrokken. Het laatste traject reisde ik op mezelf, Edwin had in Kumasi nog wat inkopen te doen. Van de rit door de bergen in het Voltagebied heb ik erg genoten.
Naast me zat een jongeman die me veel vertelde over de streek en dorpen waar we doorheen reden.
Vanuit de stad Ho verder met een aftandse taxi naar de grens. Onderweg zat de chauffeur telkens een paar draadjes uit het dashboard tegen elkaar te houden om de motor opnieuw te starten als die afsloeg.
Na de grens met een oude taxi, vier personen voorin en vier achterin, naar Kpalimé.
Intussen was het zeven uur en reeds donker geworden. Na een stevig maal in het restaurantje en een opfrissende douche als een blok in slaap gevallen.
De volgende dagen wat rustig aan gedaan, af en toe zitten, schrijven of een eindje lopen.
Ik nam dan de paadjes die tussen de huizen door gaan met de bedoeling om waterputten op de erfjes te vinden.
Als ik er dan een paar wist gingen Raymond en ik terug om met de bewoners over een touwpomp te praten en ze die toe te zeggen.
We weten precies te bepalen of de mensen in aanmerking komen voor een gratis pomp voor hun put.

In 1995 had ik in de stad Togoville een foto gemaakt van een vrouw bij een waterput.
Die indringende foto had mij ertoe aangezet om in Togo iets met touwpompen te gaan doen.
Maar tevens had ik toen de stille wens dat er eens op die put daar in Togoville een touwpomp zou komen.
Tijdens mijn verhaal over touwpompen vertelde ik die wens aan de kinderen van De Wegwijzer in Rhoon.
Heel spontaan kreeg ik van ze te horen dat zij voor die pomp gingen sparen. Dat was een goed idee voor een mooi plan.
Met Paulin en Raymond heb ik dat plan besproken. Zij wilden graag een pomp op die put gaan plaatsen.
Het was wel ver weg maar dat was geen enkel probleem.
Op een maandagmorgen ging een touwpomp, het nodige gereedschap en personeel in een busje.
Op naar Togoville, naar de zestien meter diepe put van de foto.
’s Middags om twee uur kon men water tappen met de touwpomp van De Wegwijzer!
Iedereen uit de buurt was heel blij en dankbaar. Uit de reacties begreep ik dat er nog meer touwpompen in Togoville geplaatst zullen gaan worden.
We hebben nog een put van negentien meter diep gezien. ’s Avonds om acht uur waren we weer terug.
Ik was heel voldaan. Een stille wens was in vervulling gegaan.
Ook bij Paulin en Raymond heb ik een bestelling van vijftig pompen gedaan voor dit jaar. Daar zijn ze erg verguld mee.
Vorig jaar zijn er in Togo en Noord Ghana totaal achtenvijftig gratis touwpompen geplaatst op waterputten van mensen die zelf nooit zo een pomp hadden kunnen kopen.
Hun levensomstandigheid werd verbeterd en het gaf werk aan tien jonge mannen. Men is er heel blij mee.
Dit alles kon alleen plaats vinden dankzij de bijdragen van u en vele anderen, en niet te vergeten de kinderen van Het Lichtpunt, De Wegwijzer, De Regenboog en op de braderieën.
Wat we met elkaar konden doen is bovenal gezegend. Iedereen hartelijk dank!
Bemoedigd door dit alles hopen we dat dit mooie werk door kan blijven gaan en dat u mee blijft doen.
Dit jaar alleen al hopen we totaal honderd gratis pompen te kunnen laten plaatsen in Togo en Noord Ghana.
Het is een beknopt verslag. Ik zou nog veel meer kunnen schrijven, zoveel heb ik gezien en ervaren.
Thuis heb ik een heleboel foto’s. Kom gerust een keer langs om ze te bekijken als u wilt.





waterdrup